1935 - 1944

  • 1935
  • 1936
  • 1937

1935-(begin) 1936

1935 was de aanloop naar de legendarische jaren 1936 en 1937 waarin Oostende weer de draad oppakte met de grote internationale tornooien. Daar gaan we uitgebreid op in, vandaar dat ik hier ook bondig de overige zaken uit 1936 zal bespreken. In 1935 werd er geëxperimenteerd door het clubkampioenschap in 1 reeks te laten spelen. Ook later is er nog heel veel op deze manier gespeeld, maar wanneer er veel spelers zijn zoals nu lijkt het toch voor de meesten interessanter om in reeksen te spelen. Omer Decoster kon zijn titel verlengen met het kleinste verschil.

 

 

 

In de zoektocht naar nieuwe leden werden allerlei strategieën uitgedacht waarvan de anti-blitzcampagne mij de opvallendste leek. Momenteel trekken blitztornooien het grootste aantal leden, maar misschien moeten ook wij op zoek naar een nieuwe strategie. Welk clublid helpt ons om een strategie te ontwikkelen om ons ledenaantal nog verder te boosten? De contacten met de wereldkampioen blindschaken Koltanowksi (zie vroeger) vormden de aanloop naar het internationaal tornooi. Eind 1935 kreeg de kosk te horen dat ze hun vertrouwde lokaal Hôtel Bristol dienden te verlaten. Begin 1936 kreeg de Kosk een nieuwe vestigingsplaats : namelijk Hôtel Universel (wie helpt mij voor meer informatie, ik heb het onderstaande gevonden op internet).

 

 

Neoclassicistisch hotel Chopin

Adolf Buylstraat 1A, Oostende (West-Vlaanderen) Adolf Buylstraat nr. 1A. Neoclassicistisch hotel, voorheen “HOTEL UNIVERSEL”, thans “CHOPIN”, uit het derde kwart van de 19de eeuw. Breed huis van vier traveeën en vier bouwlagen onder pannen zadeldak. Sober, bepleisterd en wit beschilderd gevelparement onder aflijnende houten gootlijst met tandlijstje. Rechthoekige vensters op doorlopende onderdorpels; gietijzeren borstweringen; tweede bouwlaag met balkon. Aangepaste begane grond.

 

 

Jammer genoeg was er ook treurig nieuws met het overlijden van erevoorzitter G. Verhaeghe (waar ik voor de rest jammer genoeg weinig informatie over heb gevonden), maar gelukkig werd E. Van Glabbeke bereid gevonden zijn functie in het bestuur over te nemen. Onze gids en secretaris Richard Boddaert beleefde zijn hoogtepunt in 1936 door te titel van clubkampioen te veroveren voor de onklopbaar gewaande Decoster. Het lidgeld van 35 frank lijkt peanuts, maar ik zoek nog altijd een economist/schaker die mij weet te vertellen hoeveel 1 frank in die tijd ongeveer waard was. Volgens mijn opzoekwerk moet dit berekend worden met de index van de consumptieprijzen en bijpassende omrekeningscoëfficiënten en zou dit neerkomen op ongeveer 1100 frank, dus 27 euro wat toch wel gevoelig lager ligt dan nu (de mensen dan kregen er uiteraard ook minder voor terug, zoals de fenomenale lessen die heden ten dage worden aangeboden :-)). En net zoals vandaag waren de rijkste mensen toen vaak diegenen die het minst graag hun centen uitgaven. Misschien dat ze met die houding rijk geworden zijn natuurlijk…

 

 

De zoektocht naar sponsors leverde uiteindelijk 7950 frank op, met de vorige berekening komt dit neer op 250000 frank, toch zo'n goeie 6000 euro. Bovendien kon het bestuur het tornooi laten plaatsvinden in het prestigieuze Kursaal, net zoals in het begin van de eeuw, fantastisch toch!

 

 

1936

Hét grote jaar waarin opnieuw wordt aangeknoopt met de traditie van de grote internationale Oostendse tornooien van 1905 en 1906. De organisatie van zo‘n evenement is natuurlijk niet van de poes, zoals blijkt uit het verslag van Boddaert:

 

 

Gelukkig voor ons lijkt Boddaert een eerlijk man, die de zaken min of meer probeert weer te geven zoals ze indertijd waren, zonder verbloemingen waar de meeste geschiedschrijvers wel eens aan zondigen (schrijver dezes is waarschijnlijk geen uitzondering…). In de toenmalige tijden zonder smartphones en email verliep de communicatie blijkbaar heel wat moeilijker. Het verhaal met meester Stahlberg is een leuke anekdote die de problematiek treffend illustreert, jammer genoeg zat er bij de KOSKers geen duivenmelker die postduiven kon versturen (nu gemakkelijk te bestellen via www.comcomcom). Verder moesten onderhandelingen gevoerd worden met de Stadsdiensten, het Kursaal, Oostende-Plage en talrijke hoteliers. Het toenmalige bestuur (met vooral Boddaert, Patfoort en Viane) had zijn handen meer dan vol met de organisatie van dit grootse tornooi. Het resultaat mocht gezien worden : een prestigieus evenement met 10 topspelers (Grob, Landau, Thomas, Reilly, Soultanbeieff, Domenech, Stahlberg, Lundin, Rey en Dyner) die het in een round-robin tegen elkaar opnamen. Voor de geïnteresseerden: in het archief van de Kosk zit nog een tornooiboek met een selectie van enkele partijen voorzien van commentaar. Wie een digitale kopie wil, kan een mailtje sturen naar bestuur@kosk.be

 

 

 

Het tornooi werd gespeeld in april en mei. Kort hierna bewoog er ook heel wat op internationaal politiek vlak. In de zomer van 1936 brak de burgeroorlog uit in Spanje en dit had gevolgen tot in Oostende (zo werden heel wat Spaanse vluchtelingenkinderen opgevangen in onze stad) en ook de dreiging van de tweede wereldoorlog werd steeds groter. Hitler werd in 1933 tot rijkskanselier benoemd en transformeerde de Weimarrepubliek in het Derde Rijk en kon zijn macht steeds verder uitbreiden. Dit is echter voor de geschiedenisboeken, want hier proberen we de geschiedenis van de KOSK te reconstrueren, en dit is al (meer dan) voldoende werk…

 

 

Luncin won het tornooi met een topscore van 7,5 op 9 (enkel remise tegen Stahlberg en verlies tegen Dyner). De tweede in de stand Grob had maar liefst anderhalf punt minder!

Volgens mijn berekeningen kwamen de totale uitgaven neer op een dik half miljoen Belgische Frank of meer dan 12500 euro! Het zou fantastisch zijn mochten we dit nog eens kunnen doen (bijv. bij het 100-jarige bestaan van de KOSK), maar jullie merken dat het een serieus huzarenstukje is om dergelijk toptornooi te organiseren.

 

 

Boddaert looft terecht de vele leden van de OSK die zich ingezet hebben om dit tornooi tot een goed einde te brengen, maar zijn citaat van Machiavelli verwondert mij. Ik vind het niet terug en heb geen idee waar en wanneer hij dit zou geschreven hebben. Ik weet wel dat Machiavelli de mensheid niet al te hoog inschatte. In ‘Il Principe’ schreef hij bijvoorbeeld het volgende : ‘Of mankind we may say in general they are fickle, hypocritical, and greedy of gain’, maar dan in het Italiaans :-)

1936 was een fantastisch jaar voor de KOSK, maar een minder fantastisch jaar voor de geschiedschrijver van de KOSK. Ik heb namelijk enkel nog maar verteld over het internationale tornooi, maar dat was lang niet het enige wapenfeit. Heel opmerkelijk is dat tijdens de periode dat ik dit schrijf (zomer 2017) tijdens een wandeling op de dijk mijn oog viel op de tijdelijke fototentoonstelling in de Venetiaanse gaanderijen. Het toeval is wonderbaarlijk (Max Frisch zegt dat ‘Een toeval is dat wat je toevalt als je er voor open staat’) want de tentoonstelling ging net over de zomer van 1936. Het blijkt dus dat Stefan Zweig ook in Oostende zat in 1936. Misschien heeft hij wel op ons internationaal tornooi inspiratie opgedaan voor zijn schaaknovelle die hij schreef vanaf 1938.

 

 

 

De KOSK speelde een vriendschappelijk tornooi tegen Noord Frankrijk en ook hier zit er een knipoog naar het heden want in interclub spelen enkele Noord Franse schakers in de eerste ploeg. Ook tegen Verviers werd een match gespeeld. Aan de basis voor het spelen van deze matchen lag natuurlijk het interclubprobleem en het BSB probleem. Jullie konden al lezen dat het probleem (dat blijkbaar vooral te maken had met verplaatsingsonkosten) werd opgelost door het voorstel van Boddaert zelf. Straf jaartje en ook 1937 zou de geschiedenisboeken in gaan (boeken hé, niet enkel op www.kosk.be :-))

 

 

 

1937

 

 

In het clubkampioenschap werd de pikorde weer enigszins hersteld en won Decoster intussen al voor de zesde keer. Blijkbaar is de geschiedenis van de Brugse Schaakring nauw verweven met deze van de OSK. In de oorlogsjaren hebben Teetaert en Vantuyne een grote steen bijgedragen maar over deze periode heb ik jammer genoeg bitter weinig materiaal. Misschien verdwenen met de hoop boeken die Hitler verbrandde (hij had er beter wat meer gelezen in de plaats…)

1937 was een scharnierjaar voor de nationale interclub. Boddaert verwezenlijkte mee het samenwerken van Belgische en Vlaamse schaakbonden waardoor heel wat meer clubs meededen. De OSK won het kampioenschap in tweede categorie dat bestond uit 2 gedeelten: eerst werden ze kampioen van de regionale groep en in de finale van alle regionale groepen versloegen ze Antwerpen. Hiermee promoveerde de OSK naar de eerste categorie, iets waar we tegenwoordig alleen nog kunnen van dromen (hoewel we er een paar keer dichtbij zijn geweest).

 

 

 

In 1937 verhuisde de OSK naar Café de la Bourse in de Kerkstraat. Hiervoor waren er diverse redenen maar de voornaamste springt toch in het oog: ‘schaakspelers zijn doorgaans geen drinkebroers en geen goede klanten voor een cafébaas.’ Nu heb ik dus de reden achterhaald waarom zovele KOSKers wel veel pintjes drinken : we willen gewoon ons lokaal behouden!

De toenmalige KOSKers dronken echter te weinig en mochten niet meer spelen in de zomer (omdat er dan waarschijnlijk andere klanten die wel dronken voorrang kregen). Ze zochten en vonden een nieuw café in de Kerkstraat waar ze een aantal jaren konden blijven. Op internet heb ik het volgende gevonden, maar meer informatie is zeker welkom!

 

 

Jammer genoeg ben ik hier mijn trouwe gids Boddaert kwijtgespeeld. Hij schreef zijn stukje geschiedenis in het jubileumjaar 1950 (25-jarig bestaan van de OSK) en kort na de vieringen (een raadsel of de viering zelf er iets mee te maken had) begon hij wat te sukkelen met zijn gezondheid. In het clubboekje nummer 12 van ‘Pat’ staat het volgende slechte nieuws te lezen :

 

 

 

Nummer 12 van ‘Pat’ is ook het laatste nummer dat in het archief was terug te vinden. Dus ik weet niet of er nog meer nummers zijn verschenen en of Richard Boddaert nog uitleg heeft geschreven over de volgende jaren. Hierbij een warme oproep aan alle ‘oude’ KOSKers om op zoek te gaan naar meer materiaal dat mij kan helpen om het mooie verleden te reconstrueren. Je zal beloond worden met mijn eeuwige dank en een smakelijke consumptie naar keuze.

Vanaf midden 1937 moet ik dus op zoek naar ander archiefmateriaal. Gelukkig werd in 1937 het huzarenstukje van 1936 herhaald met een nieuw groot internationaal tornooi van 11 tot 20 april in het Kursaal en heb ik daar een tornooiboekje van (voor de geïnteresseerden kan opnieuw een kopie gezonden worden na een mailtje naar bestuur@kosk.be).

Protagonisten waren opnieuw het bestuur van de OSK met als leidende figuren erevoorzitter Ernest Van Glabbeke en voorzitter Viane. De toenmalige burgemeester van Oostende was E. Moreaux en de hoofdprijs was 2000 frank (in totaal meer dan 10000 frank aan prijzengeld). De deelnemers waren nog sterker dan in 1936 met als meest opvallende figuren Fine, Keres en Tartakower. Hieronder een foto van het indrukwekkende tiental :

 

 

Het hoofdtornooi was veel spannender dan in 1936 en uiteindelijk werd het een gedeelte overwinning voor Grob, Fine en Keres met 6 op 9.

 

 

Hier merk je eigenlijk ook de relatieve sterkte (of zwakte…) op van de Oostendse spelers. Meervoudig clubkampioen Decoster eindigt op de laatste plaats van het reserventornooi, voetjes terug op de grond…

© 2013 – 2018 Olivia & Michaël