Wereldkampioen 2016

Wereldkampioen

Kandidatentornooi

Het wereldkampioenschap vindt om de twee jaar plaats, enkel het jaar 2014 was een uitzondering op deze regel. Om de uitdager van de huidige wereldkampioen, Magnus Carlsen, te bepalen werd een kandidatentornooi georganiseerd. Dit tornooi vond plaats van 11 maart 2016 tot 30 maart 2016 in Moskou (Rusland). Aan dit tornooi deden 8 spelers mee die een dubbele round roubin tegen elkaar speelden. De winnaar mag dan in november 2016 strijden om de wereldtitel tegen Magnus Carlsen. De acht spelers die mochten deelnemen aan dit tornooi. Viswanathan Anand, Sergey Karjakin, Peter Svidler, Fabiano Caruana, Hikaru Nakamura, Veselin Topalov, Anish Giri en Levon Aronian. De reden waarom deze spelers mochten deelnemen waren uiteenlopend. Anand mocht deelnemen omdat hij het vorige wereldkampioenschap had verloren. Karjakin mocht deelnemen omdat hij de winnaar was van de Chess World Cup 2015. Svidler mocht deelnemen omdat hij de tweede was in diezelfde Chess World Cup 2015. Caruana en Nakamura mochten deelnemen omdat ze eerste en tweede waren bij de FIDE Grand Prix 2014-2015. Topalov en Giri mochten deelnemen omdat ze de hoogste gemiddelde elo hadden in 2015 en omdat ze meespeelden in de Chess World Cup 2015 of de FIDE Grand Prix 2014-2015. Tot slot kreeg Aronian een wildcard van de organisatie omdat zijn elo in juli 2015 ten minste 2725 bedroeg.

Anand begon het beste aan het tornooi. Hij slaagde er als enige in om zijn partij tegen Topalov te winnen. De andere partijen tussen Caruana en Nakamura, Karjakin en Svidler en Aronian en Giri eindigden op remise. In deze drie partijen werden er dan ook weinig tot geen risico‘s genomen en waren de remises een logisch gevolg.

In de tweede ronde speelde Nakamura een slechte partij. Daarin deed hij verschillende slechte zetten waarvan Karjakin optimaal profiteerde. Zo won hij zijn partij en kwam hij samen met Anand aan de leiding te staan want de overige partijen eindigden opnieuw in remise.

Winnen bleek geen gemakkelijk opdracht te zijn want in de derde ronde eindigden opnieuw drie partij op remise. Enkel Aronian wist te winnen nadat Topalov te veel pionnen had verloren. Zo waren Anand, Karjakin en Aronian de leiders na drie ronden.

In de vierde ronde stond de topper tussen Karjakin en Anand op het programma. Daarin kreeg Karjakin een voordeel. Dit voordeel kon hij omzetten door met Anand een geïsolleerde pion op te schepen. Daarna duwde Karjakin Anand langzaam weg tot hij die pion won en daarna ook het eindspel. De andere partij eindigden opnieuw op een draw maar enkel omdat Caruana de winnende zet in zijn partij tegen Topalov niet vond. Zo kwam Karjakin alleen aan de leiding te staan met een half puntje voorsprong op Aronian.

 
 

In de vijfde ronde gebeurde er niets want alle partijen eindigde op een gelijkspel maar in de zesde ronde beende Aronian Karjakin bij op de eerste plaats. Hij had namelijk zijn partij tegen Nakamura gewonnen nadat deze in tijdsnood blunderde, terwijl Karjakin niet verder kwam dan remise tegen Caruana (en daarmee mocht hij nog blij zijn). Anand liet het leidersduo niet te ver weglopen want hij won ook zijn partij tegen Svidler. Tot slot eindigde de partij tussen Topalov en Giri op remise.

In de zevende ronde moesten de leiders Karjakin en Aronian het tegen elkaar opnemen. Het werd een scherpe partij maar uiteindelijk eindigde deze toch op remise. Ook Topalov probeerde er een spektaculare partij van te maken. Hij offerde namelijk een stuk voor een aanval in zijn partij tegen Nakamura. Beide spelers speelde het achteraf niet zo goed verder maar uiteindelijk sloeg de aanvan van Topalov niet door. Zo bleef Nakamura een stuk voor staan wat meer dan voldoende was om de partij te winnen. De andere partij waren minder spektakel rijk en eindigden op remise.

In de achtste ronde hees Caruana zich naar de gedeelde tweede plaats. Hij won zijn partij van Nakamura. Beide spelers hadden tegengesteld gerokeerd en kozen voor de aanval. De aanval van Caruana was echter vlugger en in tijdsnood maakte Nakamura enkele fouten waardoor Caruana met de winst aan de haal ging. De andere partijen eindigden op remise. Na de heenronde stonden Karjakin en Aronian aan de leiding met een punt meer dan Anand en Caruana.

De terugronde begon slecht voor Aronian. Hij moest de topper spelen tegen Anand en verloor die. Anand kreeg een klein voordeeltje en melkte dit vakkundig uit. De andere partijen eindigden op remise, al telde de partij tussen Giri en Caruana wel meer dan 100 zetten!

 
 

In de tiende ronde moest Anand opnieuw een topper spelen. Deze keer was Caruana zijn tegenstrever. Caruana offerde een pion om het centrum in handen te krijgen maar lange tijd leek Anand alles onder controle te hebben. Toen Caruana echter een stuk offerde werd de koningsstelling van Anand opengereten en kon hij de nederlaag niet meer afwenden. Omdat de andere partijen op remise eindigden, werd Caruana samen met Karjakin leider.

In de elfde ronde werd Caruana alleen leider. Hij deelde de punten met Topalov, die op het einde misschien wel beter stond. Medeleider Karjakin verloor de topper van Anand. Door zijn overwinning werd Anand alleen tweede op een half puntje van Caruana. Aronian vergooide in deze ronde zijn kansen om het tornooi te winnen. Hij verloor namelijk zijn partij van Svidler. Nochtans begon Aronian het beste aan de partij maar na een pionoffer kreeg Svidler weer grip op het spel, waarna Aronian slecht begon te spelen. Dit leed uiteindelijk naar zijn nederlaag. De partij tussen Giri en Nakamura eindigde op een draw.

In de twaalfde ronde maakte Karjakin zijn nederlaag uit ronde 11 terug goed. Tegen een tegenvallende Topalov won Karjakin zijn partij. Zo beent Karjakin Caruana terug bij op de eerste plaats. Caruana kwam namelijk niet verder dan een remise tegen Aronian na een boeiende partij. Anand kon ook medeleider worden maar hij liet die kans liggen. Hij verloor namelijk zijn partij van Nakamura die al na 15 zetten gewonnen stond na goed voorbereid aan de partij te winnen. Tot slot eindigde de partij tussen Giir en Svidler op remise.

In de dertiende ronde veranderde er niets aan de top van het klassement. Karjakin deelde de punten met Aronian die de partij met een stuk minder nog kon redden met een vrije a-pion. Caruana deelde dan weer de punten met Svidler al liet Caruana de winst liggen. Anand deelde dan weer de punten met Giri. In de laatste partij won Nakamura zijn partij van Topalov. Met nog één ronde te gaan stonden Karjakin en Caruana aan de leiding met een half puntje meer dan Anand. De laatste ronde zou dus uitsluitsel brengen over de winnaar. Daarin leek Anand zich snel neer te leggen met zijn derde plaats. Hij speelde namelijk een vlugge remise tegen Topalov. Ook de partij tussen Giri en Aronian eindigde op een vlugge remise. De partijen van de twee leiders duurde langer. Toen Karjakin zijn partij tegen Svidler winnend kon afsluiten lag alle druk op de schouders van Caruana. Hij moest winnen maar hij bezweek onder de druk. Hij speelde niet altijd goede zetten wat hem uiteindelijk een nederlaag opleverde. Zo wint Karjakin het kandidatentornooi met een punt voorsprong op Caruana en Anand.

Het wereldkampioenscap gaat door in november 2016 in New York City. Daar zullen Carlsen en Karjakin strijden voor de titel.

 
 

Wereldkampioenschap

Het wereldkampioenschap vond plaats van 11 tot 30 november 2016 in het Fulton Market Building in de South Street Seaport in New York City. Er zouden maximaal 12 partijen gespeeld worden. Indien de stand dan nog gelijk stond, zouden rapidpartijen de nieuwe kampioen aanduiden. Was de stand dan nog gelijk dan werden er twee blitzpartijen gespeeld. Indien er dan nog geen winnaar was dan zou er één Armageddon partij gespeeld worden. Hierbij had zwart slechts vier minuten tegen vijf voor wit maar zwart had aan een remise genoeg om te winnen.

 
 

In de eerste ronde kreeg Carlsen wit. Hij koos verrassend voor de Trompowsky Attack. Daarin offerde Carlsen tijdelijk een pion om het intiatief te krijgen. Daarna werden er een heleboel stukken geruild waarna de spelers in een eindspel terechtkwamen. Dit eindspel was iets beter voor Carlsen want hij had de betere pionnenstructuur. Calsen ging op zoek naar de winst maar Karjakin verdedigde goed waarna de partij na 42 zetten op remise eindigde.

In de tweede ronde kreeg Karjakin de witte troepen. Hij speelde de Spaanse opening en Carlsen speelde de klassieke variant in plaats van de Berlijnse verdediging. Karjakin ontweek nog de absolute hoofdvariant maar toen de centrumpionnen na 18 zetten werden afgeruild, werden punten opnieuw gedeeld.

In de derde ronde speelde Karjakin dan toch de Berlijnse Verdediging. Nu werd hoofdvariant gespeeld tot Carlsen zijn toren terug trok naar e2 in plaats van het gebruikelijke e1. Een zet later plaatste hij zijn toren dan toch op e1 maar door dit tempoverlies had hij b6 uitgelokt. Hierdoor kreeg Karjakin de mindere pionnenstructuur. Deze ronde besloot hij om niet passief af te wachten maar hij koos voor de tegenaanval. Dit bleek blijkbaar geen goed idee te zijn want al snel won Carlsen een pion en kreeg hij winnende kansen. Na heel wat gemiste kansen kreeg Carslen de kans om de partij te winnen op zet 70. Als hij in onderstaande stelling Te8 speelde, won hij de partij. In plaats van Te8 speelde hij echter Pc6 wat na Tc3 remise opleverde. Hier ging Karjakin echter de mist in want hij sloeg de pion op f5. De stelling die dan op het bord kwam was gewonnen voor Carlsen maar het moest wel perfect gespeeld worden. Carlsen ging twee zetten later echter nog eens in de fout waarna Karjakin wel de remise variant vond. Na een partij van zeven uur stonden de bordjes nog altijd in evenwicht.

 
 

In de vierde ronde werd net zoals in de tweede ronde de klassieke variant van de Spaanse opening gespeeld. Deze keer werd wel de absolute hoofdvariant gespeeld. Na de opening ging de partij over in een scherp middenspel. In onderstaande stelling offerde Karjakin zijn loper op h6 maar Carlsen had de complicaties beter ingeschat en kreeg een klein voordeel. Uiteindelijk besloot Karjakin om de dames te ruilen en om zo in het eindspel te gaan waarin hij minder stond. Carlsen had de twee lopers en de betere pionnenstructuur. Carlsen duwde op de stelling maar Karjakin verdedigde hardnekkig. Toen Carlsen op zet 45 een mindere zet speelde werd de verdedigende taak voor Karjakin gemakkelijker. Carlsen bleef echter zoeken naar de winst maar na 94 zetten moest hij toch vrede nemen met remise.

 
 

In de vijfde ronde kreeg Carlsen opnieuw de witte kleur. Hij opende met de Giuoco Piano maar Karjakin slaagde er vrij snel in om de stelling in evenwicht te brengen. In een complex middenspel kreeg Karjakin het initiatief. Carlsen kon dit initiatief neutraliseren door in een eindspel te gaan waarbij de spelers een dame, een toren, 6 pionnen en een tegengesteld gekleurde loper hadden. Carlsen wilde dit nu lange tijd doorspelen maar toen hij in tijdsnood blunderde kwam in onder druk te staan. Karjakin kreeg nu kansen om te winnen maar hij benutte ze niet! Zo eindigde de partij uiteindelijk in remise.

In de zesde ronde kwam opnieuw de Spaanse opening op het bord. Daarin offerde Carlsen een pion in ruil voor positioneel voordeel. Karjakin was bevreesd voor de openingsvoorbereiding van Carlsen en besloot dan maar om de pion terug te geven. Na nog wat vereenvoudigingen eindigde ook deze partij in remise.

Ook in de zevende ronde kreeg Karjakin de witte kleur. Deze keer begon hij met d4. Carslen beantwoordde dit met de Slavische verdediging, wat uiteindelijk overging naar een aanvaard Damesgambiet. Na een onnauwkeurigheid van Karjakin, kon Carlsen een voordeel krijgen maar hij speelde ook onnauwkeurig. Na heel wat stukken te hebben afgeruild, kwamen de spelers terecht in een ongelijk lopereindspel waarbij Karjaking een pion meer had. Als snel bleek echter dat de stelling remise was.

In de achtste ronde kreeg Carlsen opnieuw wit. Hij opende met het Colle systeem. Na 19 zetten kon Karjakin voordeel halen door Dg5 te spelen en een koningsaanval te starten. Karjakin speelde echter Lc6 waardoor de stelling gelijk stond. Carlsen speelde echter om te winnen. Hij blunderde echter na 24 zetten een pion en toen hij in tijdsnood kwam blunderde hij een tweede pion. Gelukkig voor Carlsen blunderde Karjakin de pionnen terug. Het resulterende eindspel was gelijk maar in praktijk moest alles nauwkeurig gespeeld worden. Karjakin had een vrijpion maar ook een koning die weinig beschermt was. Carlsen kreeg de kans om de partij geforceerd op remise te laten eindigen maar hij speelde verder op winst. De spelers kwamen terecht in onderstaande stelling. Het eindspel ziet er zeer moeilijk uit en Carslen ging hier in de fout. Karjakin strafte de blunder af en kwam zo op voorsprong.

 
 

In de negende ronde speelde Carlsen de Archangelsk variatie van het Spaans. De partij volgde de partij die Karjakin had gespeeld tegen Adams tot zet 18. Daarin week Carlsen af maar hij bleef in zijn voorbereiding tot zeker zet 22. Tijdens het verdere verloop van de partij kwam Karjakin een pion voor en kreeg hij ook een langdurig initiatief. Hij besloot dan ook om niet op zijn voorsprong te teren maar hij ging vol voor de winst. In de tijdsnoodfase speelde Carlsen een onnauwkeurigheid (Pe7 in onderstaande stelling). Karjakin kon nu een zeer sterke tot winnende stelling krijgen met Db3. Maar in plaats daarvan offerde hij zijn loper of f7. Ondanks de weinige tijd die Carlsen nog had, verdedigde hij nauwkeurig. In het daaropvolgend eindspel stond wit nog steeds een pion voor maar het was een dubbel pion geworden. Karjakin probeerde nog om te winnen maar na 74 zetten moest hij toch vrede nemen met remise.

 
 

In de tiende ronde kreeg Carlsen de witte troepen. Karjakins plan was om zo solide mogelijk te spelen en daarom speelde hij de Berlijnse verdediging. Na 20 zetten onstond onderstaande kritische positie. In deze stelling kon zwart remise forceren met Pxf2 en zo eeuwig schaak geven. Karjakin mistte deze variant echter. Daarna kreeg Carlsen het initiatief en duwde hij op de zwarte stelling, terwijl Karjakin solide probeerde te verdedigen. Carslen raakte niet door de verdediging van Karjakin tot hij op zet 56 Thh7 speelde. Zo kwam onderstaande stelling op het bord en kon Carslen een doorbraak forceren met b5. Daarna zocht Karjaking nog counter mogelijkheden maar Carlsen liet dit niet toe en ruilde af naar een gewonnen eindspel. Zo stonden de bordjes na 10 ronden opnieuw in evenwicht.

 
 

In de elfde ronde kreeg Karjakin voor de laatste keer wit. Karjakin opende met e4 en opnieuw kwam de Spaanse opening op het bord. Carlsen koos voor de variant waarin wit normaal wat druk kan ontwikkelen maar Karjakin kende die variant onvoldoende om die druk te ontwikkelen. Het was integendeel Carlsen die probeerde om voor de winst te spelen. Daarvoor offerde hij een pion. In ruil voor die pion kreeg hij een vrijpion die kon oprukken naar de tweede rij. Helaas stond zijn koning daarna te weinig beschermt om nog progressie te maken. Karjakin redde dan ook de partij door eeuwig schaak te geven.

In de twaalfde ronde besloten de spelers om geen risico‘s meer te nemen. Carlsen speelde een solide opstelling tegen de Berlijnse verdediging, iets wat Karjakin niet erg vond. Na een heleboel stukken te hebben geruild, kwamen de spelers na 30 zetten remise overeen. Vroeger dan de dertigste zet mogen de spelers geen remise overeen komen. Zo was de stand na 12 partijen 6-6 en zouden tie-breaks de beslissing moeten brengen.

De tiebreaks begonnen met vier rapid partijen waarbij elke speler 25 minuten kreeg en 10 seconden erbij kreeg per zet. Was de stand dan nog gelijk volgden er vier blitzpartijen waarbij de spelers 5 minuten kregen en 3 seconden per zet bij kregen. Was de stand dan nog gelijk dan zou er één suden death partij gespeeld worden. Daarbij kreeg wit 5 minuten tegen 4 minuten voor zwart. Wit moet dan echter winnen, terwijl zwart genoeg heeft aan remise om de nieuwe wereldkampioen te worden.

De tiebreaks startten dus met vier rapid partijen. In de eerste partij kreeg Karjakin wit. Opnieuw kwam de Spaanse opening op het bord maar al snel stond de stelling gelijk. Daarna probeerden de spelers nog wel om iets te forceren maar de remisegrens werd niet meer overschreden.

In de tweede partij opende Carlsen met de Italiaanse opening. Ook hier bleef de partij lange tijd in evenwicht maar toen de spelers rond zet 35 een heleboel stukken ruilden, stond Carlsen veel beter. Hij had het loperpaar tegen een toren en een pion. In theorie is deze materiaalverhouding gelijk maar in deze open stelling was het loperpaar veel sterker. Carlsen ging nu op zoek naar de winst maar met nog slechts 59 seconden op zijn klok wist Karjakin alsnog de partij te redden. Eerst offerde hij zijn toren voor een van de lopers waarna hij nog een pion offerde. Zo zat Carslen met de verkeerde randpion opgescheept en moest hij berusten in remise.

In de derde partij kreeg Karjakin opnieuw wit en opnieuw kwam de Spaanse opening op het bord. Carlsen nam opnieuw het initiatief en op zet 38 opfferde hij een pion om druk uit te voeren op de vijandige stelling. Carlsen kwam iets beter te staan en onder tijdsdruk blunderde Karjakin. In de onderstaande stelling speelde hij Txc7 waarna Carslen de partij besliste met Ta1. Zo kwam Carlsen op voorsprong en moest Karjakin in zijn laatste partij winnen.

 
 

In de vierde partij kreeg Karjakin zwart en speelde hij de Siciliaanse opening. Karjakin moest risico‘s nemen en dat deed hij ook. Helaas verloor hij met een vorkje en kwaliteit. Desondanks bleef hij risico‘s nemen en drukken op de stelling van Carlsen. Deze zocht zijn tegenkansen om vanonder de druk te komen. Hij vond die tegenkansen en hij besliste uiteindelijk de partij met een mooi dame offer op h6.

Zo wint Carlsen dus de tiebreaks en verlengt hij zijn wereldtitel.

 
 
© 2013 – 2018 Olivia & Michaël